Aankodinging - emeritaat Dick Duijves


Beste parochianen,  

Midden in het hart van deze viering moet ik iets heel lastigs met u delen. Lastig zowel voor mijzelf als voor u en jullie. Het is iets waar ik al een tijd over nadenk en - laten we eerlijk zijn - waar ook velen van u mij wel eens naar vragen: ‘Hoe lang blijf je nog ?’ Feit is dat ik in januari volgend jaar zeventig word. Ik zeg het nog maar eens hardop: zeventig. Ik denk dat we allemaal een spanning voelen van hoe het in je hoofd voelt om ouder te worden, in mijn geval zeventig. Je denkt dat je jong van geest blijft. Vergelijk je dat met je fysieke gesteldheid van toen je pakweg dertig was, dan voel je het verschil.

Beste parochianen, u begrijpt het al. Ook voor mij komt een moment, dat ik moet zeggen: ‘Het is mooi geweest’. Ik bedoel dat heel letterlijk. Ik heb met mijzelf afgesproken dat dat moment er nu aankomt. Dat is schrikken voor mij en, ik begrijp dat heel goed, ook voor u. Ik ga niet op stel en sprong weg. Wat mij betreft hoef ik ook niet helemáál weg. In goed overleg met de parochie-besturen van Agatha en Antonius&Paulus en met pastor Van Polvliet is afgesproken dat ik volgend jaar na Pasen, in de tweede helft van april, mijn taak neerleg als pastor van de Agatha- en de Antonius&Paulus-parochie. In de directe periode daarop met zondagen van eerste communies en Pinksteren blijf ik meedoen, tot het weekend van 10 juni. Dat zal dan de datum van afscheid zijn. Hoe ik daarna nog hier actief blijf, zal de tijd uitwijzen. Misschien krijg ik een soort 'status' als indertijd emeritus-pastor Henk Kaandorp. Over beleid ga ik dan niet meer.  

Afgelopen week heb ik mijn ontslagbrief gestuurd naar de bisschop. Daarin heb ik wat gereflecteerd over mijn begin als pastor tot nu. Ik ben na mijn priesterwijding in 1966 al vroeg op mijn vierentwintigste begonnen in een opbouwwijk in Amsterdam-noord. Ik heb geschreven dat ik mij met hart en ziel altijd pastor heb gevoeld met goede en kwade dagen. Een weerbarstige knik was de ziekteperiode van oktober 2004 tot half 2005 vanwege een forse kwaadaardige tumor. Vraag was toen of ik wel verder zou kunnen gaan. Ik ben heel dankbaar dat ik gezond ben verklaard. Helemaal zonder schade is het natuurlijk niet gegaan. Ik ben me zeer bewust, dat de kerk in onze tijd in zwaar weer zit. Ik weet maar al te goed wat mijn vertrek betekent voor mijn collega Clementine van Polvliet, voor de parochiebesturen en voor de vele fantastische medewerkers en voor allen met wie ik vertrouwen heb gedeeld; met allen met wie we hier inspiratie vinden. Met de besturen en Clementine hebben we daarover heel open gesproken. 

Door een kleine denkgroep van parochianen is al eerder nagedacht over wat wijs is voor de nabije toekomst. Nog meer dan tot nu toe willen we de samenwerking  met de beide parochies versterken waar dat kan. Er is een parochieraad in oprichting met de bedoeling om vanaf januari oog en oor en adres te zijn. Er is een groep rond Clementine, die met haar meedenkt wat mijn vertrek voor de invulling van haar pastorale taak betekent. We zullen misschien stevige besluiten moeten nemen. Liever dingen goed en enthousiast doen, dan dat activiteiten maar wat doorsudderen. Ik probeer ook mijzelf moed in te spreken met te zeggen ‘na drieëntwintig jaar op eenzelfde plek is het eigenlijk hoog tijd om te gaan’. Ik weet zeker, dat onze 'gekke, kwetsbare' kerk ons allemaal aan het hart gaat. Dit is een moment om onszelf uit te dagen alle geestkracht, talent en geloofsenergie te mobiliseren. De kerk heeft mij naast alle ergernis zoveel moois aan ontmoetingen, vieringen en spirituele beleving gegeven. Dat zal ik koesteren. In mijn brief aan de bisschop kon ik het niet laten te zeggen dat de kerk 'vanuit haar eigen aard' dan ook uitnodigender en gastvrijer hoort te zijn. Mijn mededeling is tegelijk een bemoediging aan ons allemaal, om samen aan de toekomst van onze parochies te werken; waar dat kan ook samen met parochies in de regio en met onze zusterkerken van de Reformatie. De bisschop reageerde dat hij ‘erkentelijk is voor het feit, dat ik mijn emeritaat zo tijdig aankondig’.  Ik zal in deze periode ook uitzien naar huisvesting in of rond Haarlem. In deze omgeving heb ik toch het meeste van mijn leven geleefd. Zes jaar op het Klein Seminarie Hageveld als middelbare scholier, zeventien jaar in Schalkwijk en drieëntwintig jaar hier.   We gaan er het beste van maken in de komende periode. Laat elkaar niet los. Ik ben de kerk niet. Met het bekende beeld van Paulus: we zijn met elkaar hand, voet, oog, oor, mond en stem, hart en ziel van het ene lichaam.

En…. het afscheid duurt nog even.

Dick Duijves